< السورة السابقة | فهرس السور | السورة التالية >



حدد حجم خط الآيات
()


بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ وَٱلشَّمْسِ وَضُحَىٰهَا ۝١

Ik zweer bij de zon en haren opgaanden glans,

وَٱلْقَمَرِ إِذَا تَلَىٰهَا ۝٢

Bij de maan, als zij deze volgt,

وَٱلنَّهَارِ إِذَا جَلَّىٰهَا ۝۳

Bij den dag, als hij zijn glans vertoont,

وَٱلَّيْلِ إِذَا يَغْشَىٰهَا ۝٤

Bij den nacht, als die alles met duisternis bedekt;

وَٱلسَّمَآءِ وَمَا بَنَىٰهَا ۝٥

Bij den hemel en bij Hem, die dien heeft gebouwd,

وَٱلْأَرْضِ وَمَا طَحَىٰهَا ۝٦

Bij de aarde en bij Hem die haar uitspreidde,

وَنَفْسٍۢ وَمَا سَوَّىٰهَا ۝۷

Bij de ziel en bij Hem die haar volkomen vormde,

فَأَلْهَمَهَا فُجُورَهَا وَتَقْوَىٰهَا ۝۸

En haar het vermogen van onderscheiding ingaf, en de macht, tusschen zonde en godsvrucht te kiezen.

قَدْ أَفْلَحَ مَن زَكَّىٰهَا ۝۹

Hij die haar zuiver bewaart, is gelukkig:

وَقَدْ خَابَ مَن دَسَّىٰهَا ۝١۰

Maar hij die haar heeft verdorven, is ellendig.

كَذَّبَتْ ثَمُودُ بِطَغْوَىٰهَآ ۝١١

Thamoed beschuldigde hunnen profeet Saleh van bedrog, door de groote mate hunner zonden.

إِذِ ٱنۢبَعَثَ أَشْقَىٰهَا ۝١٢

Toen de meest verdorvene onder hen werd gezonden, om den wijfjes-kameel te dooden.

فَقَالَ لَهُمْ رَسُولُ ٱللَّهِ نَاقَةَ ٱللَّهِ وَسُقْيَٰهَا ۝١۳

En Gods gezant tot hen zeide: Laat Gods (wijfjes-)kameel met vrede en verhindert haar niet te drinken.

فَكَذَّبُوهُ فَعَقَرُوهَا فَدَمْدَمَ عَلَيْهِمْ رَبُّهُم بِذَنۢبِهِمْ فَسَوَّىٰهَا ۝١٤

Maar zij beschuldigden hem van bedrog, en doodden het dier. Daarom verdelgde hun Heer hen, om hunne misdaad, en hij maakte hunne straf voor hen allen gelijk,

وَلَا يَخَافُ عُقْبَٰهَا ۝١٥

En hij vreest daarvan de gevolgen niet.